|
Ondanks deze ankerpunten verschillen de stijlen van
managers aanzienlijk. De ene medewerker is immers de andere
niet. Ze verschillen in motivatie en competentie. Maar ook
het ene soort werk is het andere niet; de risico's en
feedback die managers krijgen kunnen aanzienlijk
verschillen, evenals de producten en de levensfase van een
organisatie. Het zijn allemaal dimensies waardoor we het
'doelen stellen en voortgang controleren' in een veelvoud
aan verschillende leiderschapsstijlen in de dagelijkse
praktijk kunnen waarnemen.
Juist omdat er zoveel
verschillende dimensies zijn, zijn er ook zoveel
verschillende typeringen voor leiderschapsstijlen.
Succesvolle managers kunnen hun stijl (hun gedrag) aanpassen
aan een gegeven situatie. Effectieve leiders hebben de
beschikking over een compleet gedragsrepertoire en kiezen de
juiste stijl bij de juiste situatie. De bekendste dimensie
is het onderscheid tussen mensgericht en taakgericht: de
basis voor het klassieke model van
situationeel leidinggeven
van Hersey en Blanchard.
Leiderschapsstijlen kunnen soms diep in de
bedrijfscultuur geworteld zijn. Robert Quinn en Rohrbaugh
(1983) gebruiken hun
Competing Values Framework en
later het
OCAI-model om dat te verduidelijken.
Het model heeft vier dimensies om een
bedrijfscultuur te typeren. Die dimensies zijn mensgericht,
beheersgericht, innovatief en resultaatgericht. De
leiderschapsstijlen zijn in de figuur afgebeeld. |
|
|
Ook Adizes (Mastering Cange, 1992) maakt een
vergelijkbaar onderscheid. De stijlen (door hem ook functies
in een managementteam genoemd) zijn op de punten van het
kwadrant afgebeeld. Deze theorie gaat in Nederland door het
leven als het PBOI-model: een acroniem voor de vier stijlen
of functies. De producent of uitvoerder voelt vooral de zorg
voor het tot stand komen van de resultaten. De beheerder is
gericht op orde en regelmaat. Niet zozeer de inhoud telt,
maar om procedures, de manier waarop er gewerkt wordt.
Kenmerkend voor de innovator of ondernemer is de externe
gerichtheid, de gevoeligheid voor veranderingen en de
creativiteit. De integrator wordt gekenmerkt door de zorg
voor de gezamenlijkheid, door gevoel voor mensen.
Zowel
het model van Quinn alswel dat van Adizes, zijn typologieën
en daarmee versimpelingen van de werkelijkheid. In het
volgende hoofdstuk gaan we dieper in op mensen en hun rollen
in teams zoals uitgewerkt door
Belbin in het
teamrolmanagement. Ook leiders vervullen rollen het het
management-team. We zien dan ook een overlap tussen
leiderschapsstijlen (Quinn), leiderschapsfuncties in een
managementteam (Adizes) en teamrollen (Belbin). Zo
herkennen we de groepswerker en de zorgdrager in het type
integrator. De vormer en voorzitter lijken sterk op de
uitvoerder, terwijl de bedrijfsman sterke overeenkomst
vertoont met de beheerder. Deze mapping moet overigens niet
al te serieus genomen worden: het gaat om de hoofdlijn en
voor een gedetailleerde vergelijking zijn uitgangspunten en
invalshoeken van beide modellen te verschillend. |
|