|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Wat zijn
invloedstijlen? |
 |
|
|
|
|
|
Leiding geven is
beïnvloeden. De Amerikaanse president Dwight Eisenhouwer
formuleerde het als volgt: 'Lei-derschap is de kunst om een
ander iets te laten doen dat jij wilt, omdat hij het zelf
wil'.
In dit meer sociaal-psychologische perspectief gaat
het om de wederzijdse gedragsbeïnvloeding van
leiding-gevenden en medewerkers. We kijken in wezen een laag
dieper dan de leiderschapsstijlen die we eerder be-sproken
hebben. We spreken in dit geval van invloedsstijlen omdat
deze gedragspatronen uiteraard breder toepasbaar zijn dan
alleen voor leidinggevenden.
We behandelen hier de
belangrijkste invloedsstijlen. Vederop gaan we in op een
specifieke vorm van invloeds-stijlen, de zogenaamde
conflicthanteringsstijlen. We besluiten met de bespreking
van de Roos van Leary: een model waarin de wederzijdse
beïnvloeding van invloeds- en gedragsstijlen aan de orde
komt.
Hoofdstijlen We onderscheiden drie hoofdstijlen:
tegenbewegen of duwen, meebewegen of trekken en
wegbewegen.
Op zich is er geen sprake van effectieve of van niet
effectieve stijlen. Elke stijl heeft zijn specifieke
karakter en zijn specifieke effect in een bepaalde
situatie.
D U W E N
- Tegenbewegende stijlen of duwstijlen
zijn gesloten of competitieve stijlen. Het zijn stijlen
waarbij je je eigen doel, je eigenbelang, je eigen mening of
je eigen opvatting op de eerste plaats zet. We duwen als het
ware tegen de ander aan om hem ertoe te brengen te
veranderen, zich anders te gedragen of zich te houden aan
bepaalde afspraken.
- Soms wordt duwen als negatief
ervaren, omdat men de ervaring heeft dat duwen tot
conflicten leidt. Dat kan inderdaad het geval zijn, wanneer
duwen op de verkeerde wijze gebruikt wordt. Overtuigen en
stellen zijn beide duwstijlen.
T R E K K E N
- Meebewegende of
trekstijlen zijn open of coöperatieve stijlen. Ze zijn
gericht op het stimuleren van de ander of op het aansluiten
bij de mening, de beleving, de belangen of de gevoelens van
de ander. We trekken de ander als het ware naar ons toe door
hem erbij te betrekken.
- Soms wordt trekken als negatief
ervaren, namelijk als zwakke stijlen, omdat de gebruiker
ervan geen macht heeft/gebruikt. Toch is de effectiviteit
ervan gebleken wanneer managers medewerkers motive-ren door
hen te betrekken bij ontwikkelingen of mensen ‘meeslepen’ in
hun enthousiasme. Overbruggen en inspireren zijn
trekstijlen.
W E G B E W E G E N
- Duw- en trekstijlen
verschillen in de richting waarin de energie gebruikt wordt:
voor eigen belang of voor het belang van de ander. Bij de
wegbewegende stijlen wordt de energie in de interactie
tijdelijk verminderd of stopgezet. Wanneer het gesprek niet
vlot, kan het zinvol zijn de inhoud even los te laten. Door
wegbewegen kunnen conflicten worden vermeden waardoor de
energie gebruikt kan worden voor belangrijkere zaken.
Wegbewegen kan ook nodig zijn als er teveel emotie aanwezig
is: het wordt dan lastig om objectief op de inhoud in te
gaan.
- Wegbewegen kan positief en negatief zijn: positief
wanneer het beter is om het gesprek op een later tijdstip te
hervatten, negatief wanneer men zo onder grote druk uit wil
komen en/of de situatie prettig wil houden. Immers bij deze
laatste aanpak heeft men geen invloed meer. Ontwijken en
afstand nemen zijn wegbeweeg-stijlen.
|
|
|
 |
|
In de volgende overzichten werken we de verschillende
invloedsstijlen verder uit. We maken daarbij deels gebruik
van materiaal van Schouten Nelissen en van Deelen
opleidingsadvies. |
|
|
 |
|
|
|
D U W E N |
|
|
 |
|
|
|
 |
1. O V E R R E D E N |
Overtuigen/Persuading/Denkkracht |
|
|
 |
|
|
|
|
- geef voorstellen waar anderen naar luisteren, zet
aan tot het oplossen van problemen en het structureren
van gesprekken
- licht voorstellen toe met feiten en logische
redeneringen, doet een beroep op de ratio, op logica
- neem actief deel aan discussies en bedandruk het
zakelijke/inhoudelijke aspect van een gesprek
|
|
|
 |
|
|
|
|
Gedragssoorten/Ingrediënten/Verbale kenmerken/Voorbeeldzinnen |
|
|
|
|
- Voorstellen doen: ideeën, suggesties,
aanbevelingen, vragen die een standpunt aangeven,
initiatieven nemen
- ‘Ik stel voor dat we nu eerst…’ of ‘Ik heb een
idee.
- Laten we…’ · ‘Overweeg het volgende eens…’ of ‘Ik
raad je aan…’ ·
- ‘Waarom beginnen we niet met…’ ‘Bent u met me eens
dat…’
- Argumenteren: feiten en argumenten voor het
eigen standpunt, tegenargumenten tegen andermans
standpunt, uitleggen, onderbouwen of verdedigen.
- ·Op de eerste plaats ....., aan de andere kant
....’ ·
- ‘Mijn redenen zijn…’ of ‘Laat me dat even
uitleggen…’ ·
- ‘In het laatste rapport staat…’ of ‘Ik kijk er als
volgt tegen aan…’
|
|
|
|
|
Non verbale kenmerken |
|
|
|
|
- Personen die vaardig zijn in overreden:
- houden hun voorstellen en argumenten met elkaar in
evenwicht
- kondigen hun gedrag aan (‘Ik heb een voorstel voor
je ....’)
- maken afwegende gebaren en/of
- tellen hun argumenten op de vingers af
|
|
|
|
|
Gebruiksaanwijzing |
|
|
|
|
- Als je overreden gebruikt:
- geef je met 'voorstellen doen' de richting in een
gesprek aan en
- onderbouw je je voorstel door middel van
'argumenteren.
- Overreden is een geschikt invloedsstijl als
- je een helder doel voor ogen hebt met het gesprek
- je je bijdrage aan het gesprek goed hebt
voorbereid en
- de ander open staat voor een zakelijke benadering
van het betreffende vraagstuk
- Inadequaat overreden
- zoveel mogelijk zelf aan het woord zijn en daarin
zoveel mogelijk argumenten noemen
- ingewikkelde logica die moeilijk te volgen is door
anderen
- niet luisteren naar standpunten van anderen of
daar overheen walsen.
- Overreden wordt vaak gebruikt in zakelijke
besprekingen en vergaderingen. Het doet taakgericht aan,
er zit weinig emotie in. Als er sprake is van
tegenstrijdige belangen vervalt men bij overreden vaak
in herhalingen en wordt het overleg langdradig en weinig
productief.
|
|
|
 |
|
|
|
 |
2. S T E L L E N |
Aansporen/Asserting/Wilskracht |
|
|
 |
|
|
|
|
- persoonlijk en direct, duidelijk over eigen
behoeften, wensen en rechten zonder de ander te
kleineren of te kwetsen
- gericht op het loskrijgen van een concrete
toezegging door de ander
- via waardeoordelen aangeven, wat de ander tot
dusver heeft bijgedragen en wat positieve of negatieve
gevolgen zijn van gedrag van de ander
|
|
|
 |
|
|
|
|
Gedragssoorten/Ingrediënten/Verbale kenmerken/Voorbeeldzinnen |
|
|
|
|
- Normen stellen: behoeften, maatstaven
eisen, voorwaarden of grenzen stellen
- ‘Ik verwacht van jou.....’ of ‘Ik wil niet dat
je.......’
- ‘Mijn eisen hierover zijn heel duidelijk: je
zult…’
- Oordelen: waardering of kritiek uiten,
positieve of negatieve oordelen op basis van
persoonlijke of intuïtieve criteria.
- ‘Wat ik goed van je vind...’ of ‘Wat ik niet
aardig van je vind ...’
- ‘Ik vind dat je zeer waardevolle ideeën
hebt.’
- ‘Dit is de 3e keer dat je niet deed wat je hebt
beloofd.’
- Loven en bieden: faciliteren, sanctioneren,
‘handjeklap’ of voorwaarden uitwisselen, materiële of
immateriële beloningen of 'straffen'
- ‘Als je dit volgende week gaat uitzoeken, zorg ik
dat je ..,
- ‘Als jij dat niet doet ...., dan ben ik niet
bereid tot ...’
|
|
|
|
|
Non verbale kenmerken |
|
|
|
|
- Personen die vaardig zijn in stellen:
- nemen een stevige lichaamshouding aan
- kijken de ander strak aan
- maken scherpe gebaren
- gebruiken korte, afgemeten zinnen
|
|
|
|
|
Gebruiksaanwijzing |
|
|
|
|
- Als je stellen gebruikt:
- geef je door middel van ‘normen stellen’ concreet
aan waar het gedrag van de ander in de toekomst aan
moet voldoen
- spreek je met ‘oordelen’ je waardering of je
kritiek uit over de mate waarin de ander in het
verleden aan je norm heeft voldaan
- stel je de ander door middel van ‘loven & bieden’
in staat om aan je norm te voldoen
- Stellen is een geschikt invloedsstijl als
- je weet wat je wil van de ander
- er iets voor je op het spel staat en
- je druk op de ander kunt uitoefenen
- Inadequaat stellen
- alles eisen, de ander afbreken: persoon aanvallen
in plaats van de zaak waar het over gaat
- dreigen met consequenties die irreëel zijn of waar
je niets over te zeggen hebt.
- Stellen betekent ook beloningen effectief
gebruiken. Wat wil de ander: is het waardering,
aandacht, macht, geld of wat anders? Om effectief te
zijn dienen beloningen zo snel mogelijk te worden
gege-ven. Als je daarmee traag bent, verlies je kracht.
Het is geen toeval overigens, dat mensen die waardering
tonen voor anderen, altijd veel voor zichzelf gedaan
krijgen.
|
|
|
 |
|
|
|
T
R E K K E N |
|
|
 |
|
|
|
 |
3. O V E R B R U G G E N |
Onderzoeken/Bridging/Gevoelskracht |
|
|
 |
|
|
|
|
- toon interesse voor de ander
- geef ruimte aan de ander
- zoek aansluiting bij wat de ander vindt, denkt of
voelt
|
|
|
 |
|
|
|
|
Gedragssoorten/Ingrediënten/Verbale kenmerken/Voorbeeldzinnen |
|
|
|
|
- Vragen stellen: betrekken, uitnodigen,
vragen om meningen.
- ‘Wat vind jij van....?’ of ‘Hoe denk je
over.......?’
- Luisteren: LSD - Luisteren, Samenvatten en
Doorvragen. Samenvatten wat de ander heeft gezegd om
begrip te toetsen
- ‘Als ik je goed begrijp vind je ....’ ‘Wat
betekent dit voor jou?’
- ‘Je voelde je op dat moment voor het blok gezet,
klopt dat?’
- Onthullen: fouten, twijfels of onzekerheden
toegeven
- ‘Waar ik me zorgen over maak ....’ of ‘Waar ik
tegen opzie is ...’
- ‘Je hebt gelijk; ik heb niet met alle feiten
rekening gehouden.’
- ‘Ik weet niet goed wat de beste manier is om hier
uit te komen.’
|
|
|
|
|
Non verbale kenmerken |
|
|
|
|
- Personen die vaardig zijn in overbruggen:
- zijn rustig en open
- stellen de ander op zijn gemak
- tonen op ingetogen wijze hun gevoel
|
|
|
|
|
Gebruiksaanwijzing |
|
|
|
|
- Als je overbruggen gebruikt:
- nodig je de ander door middel van ‘vragen stellen’
uit te reageren
- demonstreer je door te ‘luisteren’ dat je de ander
in zijn/haar gedachtegang of beleving tracht te volgen
en
- geef je door middel van ‘onthullen’ je twijfels,
onzekerheden of gevoelens prijs en laat je zien waar
je belangstelling voor de ander uit voortkomt
- Overbruggen is een geschikte invloedsstijl als
- je geïnteresseerd bent in de ander
- je de bijdrage van de ander aan het gesprek op
prijs stelt
- je de medewerking of instemming van de ander nodig
hebt of als
- de ander boos of geëmotioneerd is
- Inadequaat overbruggen
- niets van jezelf laten zien
- alleen die opmerkingen samenvatten die je eigen
standpunt ondersteunen
- vragen stellen als een kruisverhoor
- Overbruggen kan bij anderen een verandering
tot gevolg hebben. Als zij het gevoel hebben niet steeds
hun standpunten hoeven te verdedigen en dat je begrip
toont, zullen zij meer openstaan voor jouw opvattingen.
De ander moet zich gehoord en begrepen voelen én mag
uiting geven aan zijn gevoelens, houdingen en
moeilijkheden. Als iemand een belangrijk punt inbrengt,
zelfs als het tegen jouw standpunt gericht is, neem de
moeite toe te geven dat dit waardevol of herkenbaar is.
Vermijd altijd te willen winnen. Geef daarnaast toe
wanneer je een fout hebt begaan of een zwak aspect in je
argumentatie wordt opgemerkt.
|
|
|
 |
|
|
|
 |
4. I N S P I R E R E N |
Attracting/Verbeeldingskracht/Geloofskracht |
|
|
 |
|
|
|
|
- zoeken en benadrukken van punten van
overeenstemming, gemeenschappelijke waarden,
interesses en idealen
- schilderen ‘ideale’ gezamenlijke toekomst, waarbij
eigen enthousiasme en betrokkenheid doorklinken.
- het motiveren en/of enthousiasmeren van de ander
|
|
|
 |
|
|
|
|
Gedragssoorten/Ingrediënten/Verbale kenmerken/Voorbeeldzinnen |
|
|
|
|
- Bundelen/ Kopppelen enthousiasmeren,
samenbinden, nadruk leggen op punten van
overeenstemming, wijzen op gemeenschappelijke doelen
en belangen.
- ‘Jij en ik, wat we samen zouden kunnen bereiken
... ‘
- ‘Met jouw flair en mijn ervaring moet het lukken.’
- ‘Wat we gemeenschappelijk hebben, is…’ ·
- ‘Stel je eens voor ....! ‘ of ‘Het zou toch
geweldig zijn als ...!’
- Verbeelden/ Bezielen voorspellen
toekomstvisie of ideaal uitdragen, beeld van het
resultaat, beroep op gemeenschappelijke waarden,
verwoorden van opwindende mogelijkheden.
- ‘Zou het niet fantastisch zijn als we…?’
- ‘Ik zie het helemaal voor me: ons bedrijf als…’
- ‘Met die oplossing gaat het helemaal lukken!
|
|
|
|
|
Non verbale kenmerken |
|
|
|
|
- Personen die vaardig zijn in inspireren:
- maken grote en brede gebaren
- zijn beweeglijk
- zijn enthousiast
- trekken de aandacht van anderen en
- gebruiken beeldende en kleurrijke taal
|
|
|
|
|
Gebruiksaanwijzing |
|
|
|
|
- Als je inspireren gebruikt:
- benoem je door middel van ‘bundelen’ de sterke
kanten van de ander en die van jezelf en
- schets je door middel van ‘verbeelden’ een lonkend
perspectief van de toekomst
- Inspireren is een geschikte invloedstijl als:
- je zelf in een aantrekkelijke, gezamenlijke
toekomst met de ander gelooft
- bereid bent om daar samen met de ander de handen
voor uit de mouwen te steken
- Inadequaat inspireren:
- doen alsof je dezelfde waarden deelt, terwijl je
die van jezelf veel beter vindt
- als anderen jouw enthousiasme niet kunnen delen,
aangeven dat dit hun probleem is, niet het jouwe.
|
|
|
 |
|
|
|
W
E G B E W E G E N |
|
|
 |
|
|
|
 |
5. A F S T A N D N E M E N |
|
|
|
 |
|
|
|
|
- Afstand nemen is een productieve vorm van
wegbewegen. De spanning kan veminderd worden door
bijvoorbeeld een pauze voor te stellen. Ook wordt zo
extra voorbereidingstijd 'gekocht'.
- Afstand nemen is geen pure invloedstijl, het is
een actie waarbij je de zaak later weer op de rails
wil zetten omdat het op dit moment niet productief is.
|
|
|
 |
|
|
|
|
Verbale kenmerken/Voorbeeldzinnen |
|
|
|
|
- ‘Ik krijg het gevoel dat we in deze vergadering
niet veel zijn opgeschoten, vooral door de manier
waarop we met elkaar praten. Ik denk dat het goed is
als we allemaal persoonlijk aangeven of we tevreden
zijn met onze wijze van vergaderen. Ik persoonlijk
vind…’
- ‘Ik stel voor dat we elkaar even iets minder
persoonlijk aanspreken. Als we nu eerst punt 4
behandelen, komen we eerst in wat zakelijker vaarwater
en kunnen we daarna weer terugkeren naar dit
agendapunt. Wat vinden jullie?’
- Ik wil even nadenken over hoe het komt dat we zo
fel naar elkaar reageren. Ik stel voor dat we een half
uur pauzeren en er dan op doorgaan.’
- Ik heb het gevoel dat ik op dit moment niet goed
functioneer. Ik heb me hier niet op voorbereid en dat
komt ons gesprek niet ten goede. Ik wil graag helemaal
klaar zijn voor dit belangrijke onderwerp. Daarom stel
ik voor…’
|
|
|
 |
|
|
|
 |
6. O N T W I J K E N |
|
|
|
 |
|
|
|
|
- Ontwijken is een niet-productieve invloedstijl.
Iedereen heeft soms de behoefte om onder grote druk
weg te komen, conflicten te vermijden of de sfeer goed
te houden.
- Ontwijken manifiesteert zich door zichzelf terug
te trekken, of tegenstellingen te sussen (‘het is toch
niet zo erg dat…’) of zelfs door letterlijk weg te
lopen.
- Van ontwijken gaat geen invloed uit, want er
verandert in wezen niets aan de situatie die het
ontwijkgedrag heeft opgeroepen.
|
|
|
 |
|
|
|
|
Verbale kenmerken/Voorbeeldzinnen |
|
|
|
|
- ‘Ik geloof dat we het wel ongeveer met elkaar eens
zijn (terwijl de standpunten nog ver uiteen liggen).’
- ‘Misschien zie ik het niet goed...het is al
laat…laten we ophouden.’
- ‘Zullen we dit punt laten liggen…(terwijl dat
juist de essentie is).’
- ‘Laat de baas maar de beslissing nemen in deze
zaak…’
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Leiderschap
in meer detail |
|
| |
|
|
|
|
 |
| |
|
|